Artikel 38 vragen over natuur­vrien­de­lijke oevers in Gouda


Aanleiding

In het najaar van 2018 heeft een inwoonster uit Bloemendaal (Rietzoom) vragen gesteld over oeverwerken vlakbij haar woning. Na een aantal maal herhalen van haar vragen heeft ze uiteindelijk antwoorden gekregen maar dat heeft wel tot januari 2019 geduurd. Ondanks de antwoorden blijft toch nog onduidelijk wat er nu precies als gevolg van de recente oeverwerken gebeurd is.

Wij zijn met de inwoonster een kijkje gaan nemen op een aantal locaties bij haar in de buurt en hebben de voorgenomen oeverwerken in 2019 doorgenomen. De vragen die wij stellen zijn ook gesteld in het licht van de uitkomsten van de evaluatie van de groenstructuurvisie die de Raad in 2017 kreeg aangeboden. Daarin staat dat de lengte van de natuurvriendelijke oevers is toegenomen, maar klopt dat anno 2019 nog steeds?

Natuurvriendelijke oevers nemen toe in lengte.

In 2013 zijn alle oevers voor het Beheerplan openbare ruimte geïnventariseerd; toen is gebleken dat lang niet alle oevers in het gemeentelijke beheersysteem zaten. Toen is tevens besloten ook alle niet beschoeide oevers in het beheersysteem toe te voegen. In de cijfers leidde dat tot een toename van de lengte natuurvriendelijke oevers; maar deze oevers waren dus niet allemaal nieuw. Een voorbeeld vormen de niet-beschoeide oevers in het Steinse Groen. Voorbeelden van oevers die echt omgezet zijn van een harde beschoeiing naar een natuurvriendelijke zijn: park Atlantis, Dotterplantsoen, Sportlaan, Verzetslaan, Sleedoornsingel, Mastpad, Esdoornstraat.

Er is sinds een aantal jaren een beslisboom ontwikkeld in Gouda, die bij de keuze voor een natuurvriendelijke of harde oever wordt gebruikt. Het uitgangspunt van deze beslisboom is: bij vervanging van beschoeiing geldt ‘Ja, tenzij’ (natuurvriendelijke oever maken, tenzij er redenen zijn waarom dit niet mogelijk is). Het hanteren van de beslisboom leidt soms tot omzetting van een harde oever in een natuurvriendelijke, maar soms juist ook tot de omgekeerde weg. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat de natuurvriendelijke oever te veel in de schaduw ligt waardoor oeverbeplanting niet wil groeien; dan is het zinniger om een beschoeiing aan te leggen.

Het blijkt nog wel een zoektocht om de meest geschikte oeverbeplanting voor een natuurvriendelijke oever te vinden. Er ontstaat langzamerhand inzicht in welke planten wel of niet goed groeien, welke snel overheersen of welke planten een aantrekkelijke bloei bieden. Daarnaast is het van belang voor de belevingskwaliteit dat het water ook (af en toe) zichtbaar is en niet helemaal verdwijnt achter bijvoorbeeld hoog opschietend riet.

1. Allereerst de situatie die de inwoonster heeft beschreven. Onze aanvullende vraag op haar vragen over de werken nabij de Rietzoom is: hoe was de situatie voor de oeverwerken en hoe erna? Hoeveel natuurlijke oever is er bijgekomen, af gegaan of is de verhouding verharding en natuurlijke oevers exact gelijk gebleven?

2. In de buurt van de bewoonster hebben er bij het zgn. Kikkerpad, bij de Kinderboerderij ook oeverwerkzaamheden plaatsgevonden. Daar is een vreemde situatie ontstaan. Alle oeverwerken hebben zo te zien geleid tot verharding van de oevers, terwijl de rest van de oevers nog met wilgentakken zijn afgezet. Waarom zijn de oevers verhard? Waren deze al verhard of nog niet? En wat gaat er met de rest van de oevers bij het Kikkerpad gebeuren?

3. De gekozen kunststof beschoeiingen detoneren bovendien enorm met de bijzondere welstand status van de Bloemendaalseweg. In de Welstandsnota is beschreven wat wel en niet vanaf de publieke ruimte zichtbaar mag zijn. Is het gestelde in de Welstandsnota meegenomen in de beslisboom en komen de beschoeiingen wel overeen met datgene wat de Welstandsnota aangeeft? Graag toelichting waarom wel of niet.

4. Tot slot is de vraag van de inwoonster of er meer werkzaamheden in de buurt zullen plaatsvinden en kan zij proactief worden geïnformeerd welke werkzaamheden dat zullen zijn en toelichting kan krijgen waar wel en waar niet voor verharding zal worden gekozen en waarom? (zie foto 4)

Algemene vragen

De situatie en correspondentie met de inwoonster geeft ons bovendien reden tot de volgende, meer algemene vragen:

5. Gouda is begin dit jaar erkend als ‘bij-vriendelijke’ gemeente via Nederlandzoemt.nl. In het persbericht van 18 januari staat dat dat onder meer komt door het feit dat Gouda een beleid voert op het gebied van natuurlijke oevers. Welke doelstellingen en resultaten zijn hierbij vastgesteld? Kunnen wij die ontvangen?

6. Hoeveel oppervlakte natuurlijke oevers heeft Gouda momenteel? Hoeveel is deze oppervlakte de afgelopen twee jaar, dus sinds de evaluatie, veranderd?

7. Er staan voor dit jaar behoorlijk wat oeverwerken gepland. Zie deze link.

Kunt u ons informeren wat de oppervlakte natuurlijke oevers van deze werken is? En zal deze oppervlakte toenemen, gelijk blijven of afnemen? Graag een toelichting bij zowel ‘toenemen, gelijk blijven als afnemen’.

8. Hoe verhouden zich de kosten van de aanleg van verharde oevers met de huidige techniek (onder water hout, boven water recycled plastic) ten opzichte van de aanleg van natuurlijke oevers? Deze vraag zowel voor de aanleg als het onderhoud gedurende de periode dat de verharde beschoeiingen meegaan.

9. Hoe verhoudt de weging ‘kosten’ zich tot de weging ‘natuurvriendelijke oever’ in de Beslisboom en het kiezen van de soort oever die wordt aangelegd? Wanneer is het kostenaspect belangrijker dan de overweging om voor natuurlijke oevers te kiezen? Hoe vaak gebeurt dat en heeft dit invloed op de oppervlakte natuurlijke oevers die Gouda nu heeft? Heeft bij het Kikkerpad bijvoorbeeld het kostenaspect de belangrijkste doorslag gegeven?

10. Wat gebeurt er met de flora en fauna (inclusief insecten) op de oever en in het water aan de oever als ervoor wordt gekozen een natuurlijke oever op te heffen?