Artikel 38 vragen over de Chee­seEx­pe­rience


Kritische vragen met betrekking tot beeld­vorming over zuivel­in­du­strie

Aanleiding

Via een memo is de gemeenteraad begin2019 op de hoogte gesteld van de vorderingen van de CheeseExperience.Deze zomer moet deze ‘tentoonstelling’ opengaan.

Kaas wordtvan melk gemaakt. Gedurende de presentatie van de plannen in 2018 isons derhalve door het College, maar zeker ook door deinitiatiefnemers verzekerd dat er aandacht zal komen aan de minderrooskleurige aspecten van de zuivelindustrie en daarbij behorendeuitdagingen. De Provincie Zuid Holland zou daar mede op hebbengestaan.

Nu de plannen vorderen zijn wij inmiddels erg benieuwdhoe dat er uit komt te zien, het memo vermeld hier echter niets over.

Dit geeft aanleidingtot de volgende vragen:

  1. Erkent het College de in debijlage genoemde maatschappelijke effecten van de zuivelindustrie?Welke wel en welke niet? En graag een toelichting waarom wel ofniet?
  2. Zal er bij de CheeseExperience eraandacht worden besteed aan de in de bijlage genoemdemaatschappelijke effecten van de zuivelindustrie en de mogelijkeoplossingen? Waarom wel/niet?
  3. Mocht het College niet weten of eraan de hierna genoemde maatschappelijke effecten aandacht wordtbesteed, is het dan bereid zich hiervoor in te spannen?
  4. Mocht het College zich hier nietvoor willen inspannen, waarom niet? En welk beeld en imago wil hetCollege dan dat de CheeseExperience over de zuivelindustrie in hetGroene Hart overbrengt?
  5. Vindt het college het gepast dat ophet moment dat de gevolgen van de te lage grondwaterstand voor steedsmeer Gouwenaren duidelijk wordt (schade aan funderingen, CO2 uitstootdoor verdrogend en inklinkend veen, hoge kosten voor periodiekeophogingen van wegen e.d.), er middels een ‘Cheese Experience’reclame wordt gemaakt voor de vee-industrie waar nu juist degrondwaterstand iedere keer weer voor wordt verlaagd?


Bijlage - Maatschappelijke effectenvan de zuivelindustrie relevant voor de CheeseExperience:

1. De situatie van boeren in dezuivelindustrie

  • Boeren krijgen zeer lage prijzen voor hun producten, waardoor intensivering van hun bedrijf vaak onvermijdelijk is (meer melk voor minder geld). De melkprijs is al decennia nauwelijks gestegen. De prijs voor machines, robots, hygiëne, bureaucratische vereisten etc. stijgen echter gewoon wel.
  • Boeren moeten derhalve veelal miljoenenleningen afsluiten om de intensivering bij te kunnen houden.
  • Door dit beleid moeten nog elke week 5 tot 7 boeren stoppen.
  • Veel boeren komen door deze ontwikkeling in (psychische) nood.
  • Intensivering brengt daarnaast vele nadelen voor mens, milieu en natuur en dierwelzijn.

2. Gevolgen voor mens, milieu ennatuur.

  • Het Groene Hart is eigenlijk voornamelijk geschikt voor meer ‘natte landbouw’ en niet voor veehouderijen die droge voeten nodig hebben.
  • Onze bodem in het Groene Hart zakt al eeuwen in belangrijke mate door de vee-industrie en dus ook de zuivelindustrie (waterstand wordt kunstmatig laag gehouden).
  • De zuivelindustrie is verantwoordelijk is voor een significante uitstoot van broeikasgassen: zowel door de oxidatie van het veen als door de gasuitstoot van de dieren zelf en het (internationale) transport van levende dieren, soja, veevoeder, melk, vlees én kaas.
  • De rijke weiden in ons Groene Hart zijn vrijwel verdwenen, inclusief de weidevogels, het bodemleven en insectenrijkdom.
  • Koeien op stal veroorzaken meer fijnstof dan koeien in de wei. Door opstallen worden de concentraties fijnstof zeer hoog rondom de stal en het erf, waardoor er gezondheidsproblemen kunnen ontstaan voor de lokale bevolking.
  • Koeien zijn niet de enige dieren die worden gebruikt in de zuivelindustrie: andere dieren als geiten en schapen worden ook gefokt en intensief gehouden voor hun melk.
  • Door intensieve geitenhouderij vielen als gevolg van de Q-koorts in Nederland meer dan 95 doden, zijn er 519 mensen met de levende gevaarlijke bacterie in hun lichaam (chronische Q-koorts) en leven 800 tot 1000 mensen met het Q-koortsvermoeidheidssyndroon (QVS). 50.000 tot 100.000 mensen zijn indertijd besmet geraakt.

3. Dierenwelzijn

  • Goudse Kaas wordt gemaakt van moedermelk van koeien. Het stremsel dat wordt gebruikt is afkomstig van gedode kalveren. Kaas is dus niet vegetarisch, terwijl het vaak zo wel wordt gepresenteerd.
  • Koeien zijn heel hun leven jaarlijks zwanger om moedermelk te kunnen blijven produceren.
  • De kalfjes worden direct of na maximaal 2 dagen bij de geboorte van hun moeder gescheiden zodat zij de melk niet of nauwelijks zullen drinken.
  • Veel mensen zijn niet bekend met het lot van de kalfjes. In Nederland worden jaarlijks 900.000 kalveren gehouden. De slachthuizen importeren hiernaast 900.000 kalveren per jaar om te slachten. Het overgrote deel van het kalfsvlees is voor de export. De kalveren gaan naar de slachterij als ze 6 tot 8 maanden oud zijn.
  • Vleeskalveren krijgen eenzijdig voer en komen niet buiten. Het voer is niet goed voor de pens van kalveren Daar krijgen ze vaak maagzweren van en de kans bestaat dat de maag zich niet goed ontwikkelt. Een rantsoen met weinig ruwvoer past niet bij hun natuurlijke graas- en herkauwgedrag. Tongspelen en tongrollen zijn vaak het gevolg.
  • Koeien worden gefokt op melkproductie wat ten koste gaat van hun gezondheid. Een Nederlandse koe geeft gemiddeld bijna achtduizend liter melk per jaar. Dat is zo'n 22 liter per dag, dat is ruim een verdubbeling in veertig jaar. Als een koe alleen haar kalf zou moeten voeden, waarvoor de melk is bestemd, zou dit liggen op vier tot acht liter per dag.
  • Melkkoeien worden meestal niet ouder dan vier tot zes jaar, ze gaan naar de slacht zodra hun melkproductie en vruchtbaarheid afnemen. Ook zwangere koeien worden geslacht, waarbij de vrucht in de baarmoeder sterft. Overigens kan een koe ruim twintig jaar worden.
  • Boeren maken als gevolg van intensivering meestal te weinig middelen beschikbaar (of hebben die simpelweg niet) om hun stallen (beter) te beschermen tegen stalbranden waardoor jaarlijks honderdduizenden dieren in omkomen, waaronder ook koeien, geiten en schapen.
  • Melkkoeien mogen hun horens niet houden.
  • Veel koeien komen niet tot nauwelijks meer in de wei.
  • Melkkoeien hebben tegenwoordig meestal permanent diarree als gevolg van hun dieet.
  • Onze Goudse kaas bevat soja. Soja wordt gebruikt voor veevoeder en is in de meeste gevallen afkomstig uit Zuid Amerika waar er regenwoud voor is gekapt.
  • Zoals gezegd zijn koeien niet de enige dieren die worden gebruikt in de zuivelindustrie: andere dieren als geiten en schapen worden ook gefokt voor hun melk, hebben vaak ook een gebrek aan welzijn en ondergaan dezelfde vroegtijdige en gewelddadige dood in een industrieel slachthuis.

Antwoorddatum: 19 mrt. 2019

Op 1 maart 2019 heeft u artikel 38 vragen gesteld over de Cheese Experience in relatie tot de beeldvorming over de zuivelindustrie. Onderstaand de beantwoording van uw vragen.

1. Erkent het College de in de bijlage genoemde maatschappelijke effecten van de zuivelindustrie? Welke wel en welke niet? En graag een toelichting waarom wel of niet?

Het college is zich er van bewust dat de zuivelindustrie een hoge milieubelasting kent. Het college is zich echter tevens bewust van de inspanningen om de zuivelsector in Nederland duurzamer en daarmee toekomstbestendig te maken (Duurzame Zuivelketen van NZO en LTO). Ook de Rijksoverheid stimuleert een duurzame productie van voedsel. Het college onderschrijft de noodzaak van een meer duurzame voedselproductie en de inspanningen in dit kader.

2. Zal er bij de CheeseExperience er aandacht worden besteed aan de in de bijlage genoemde maatschappelijke effecten van de zuivelindustrie en de mogelijke oplossingen? Waarom wel/niet?

Opgemerkt wordt dat de exacte invulling van het concept van de Cheese Experience primair aan de Stichting Gouda Cheese Experience is. Uitgangspunt van de experience is dat het een leuke ervaring moet zijn waarbij bezoekers met gastvrijheid en entertainment een positieve beleving krijgen. Er zit nadrukkelijk een educatief aspect aan de experience waarbij bezoekers zo veel mogelijk kunnen leren over Gouda kaas, van gras tot glas en van melk tot kaas. Initiatiefnemers hebben aangegeven dat in dit kader stil zal worden gestaan bij het feit dat de productie van kaas duurzamer en milieuvriendelijker kan. In dit onderdeel zal aandacht worden besteed aan hoe verschillende onderdelen en trajecten in het maken van kaas verbeterd kunnen worden om zo te kijken naar de kaas in de toekomst. Het college vindt dit een passende insteek en onderstreept in haar gesprekken met initiatiefnemers ook het belang om aandacht te besteden aan duurzaamheid (incl. bodemdaling, weidevogelproblematiek bijvoorbeeld) en kaas als regioproduct.

3. Mocht het College niet weten of er aan de hierna genoemde maatschappelijke effecten aandacht wordt besteed, is het dan bereid zich hiervoor in te spannen?

Zie het antwoord op vraag 2.

4. Mocht het College zich hier niet voor willen inspannen, waarom niet? En welk beeld en imago wil het College dan dat de CheeseExperience over de zuivelindustrie in het Groene Hart overbrengt?

Zie het antwoord op de vragen 1 en 2.

5. Vindt het college het gepast dat op het moment dat de gevolgen van de te lage grondwaterstand voor steeds meer Gouwenaren duidelijk wordt (schade aan funderingen, CO2 uitstoot door verdrogend en inklinkend veen, hoge kosten voor periodieke ophogingen van wegen e.d.), er middels een ‘Cheese Experience’ reclame wordt gemaakt voor de vee-industrie waar nu juist de grondwaterstand iedere keer weer voor wordt verlaagd?

Zie het antwoord op de vragen 1 en 2. Hierbij wordt opgemerkt dat de grondwaterstanden in Gouda geen relatie hebben met het waterpeil in het landelijk gebied om ons heen.

Wij vertrouwen erop u met deze antwoorden voldoende te hebben geïnformeerd.

Burgemeester en wethouders van Gouda,