Art. 38-vragen: uitspraak inzake SyRI


Indiendatum: feb. 2020

  1. Heeft u kennis genomen van de uitspraak en argumentatie van de rechtbank t.a.v. SyRI, waarin de rechtbank oordeelt dat de wetgeving die de inzet van SyRI rechtvaardigt in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens? Zo ja, wat is uw reactie op deze uitspraak?
  2. Is de werkwijze wijkgerichte aanpak juridisch gebaseerd op de artikelen die de rechtbank onverbindend heeft verklaard? Graag toelichten per artikel op welke wijze dit wel of niet zo is.
  3. Wat betekent deze uitspraak voor de wijkgerichte aanpak? Legt u de wijkgerichte aanpak stil, of past u de scoop van de wijkgerichte aanpak aan? Dat laatste heeft ook betrekking op de vraag of de sociaal domein doelen juridisch voldoende verankerd zijn.
  4. Zijn er partijen betrokken bij de wijkgerichte aanpak die zich naar aanleiding van deze uitspraak over SyRI herbezinnen op hun deelname aan de Goudse wijkgerichte aanpak?
  5. Als u onverminderd doorgaat met de huidige werkwijze of deze marginaal aanpast: onderneemt u actie om de wijkgerichte aanpak door een onafhankelijk bureau juridisch te laten toetsen op de overwegingen en die de rechtbank in deze bodemprocedure heeft gemaakt en kunt u uw antwoord toelichten?
  6. Bent u het met ons eens dat de rechtbank aangeeft dat de omvang van de dataverzameling en de wijze van combinatie van verschillende bestanden, niet relevant is voor de beoordeling of de handelswijze waarop die data wordt verzameld de weging tussen het recht op privacy en de controlerende taak van de overheid kan doorstaan? Met andere woorden iedere wijze van elektronische controle door de overheid, dient met eenzelfde strengheid als SyRI te worden beoordeeld, in de balans tussen het recht op privacy en de controlerende taak van de overheid?
  7. Hoe beoordeelt u dan de wijkgerichte aanpak in relatie tot de eisen die daar i.h.k.v. het transparantiebeginsel aan worden gesteld. Temeer daar zelfs voor de gemeenteraad de werkwijze geheim is, het gebruikte systeem geheim is en de uitkomsten voor zover zij niet leiden tot huisbezoeken volgens ons ook geheim blijven. Goudse burgers zijn daarmee ook niet geïnformeerd, weten niet welke van hun gegevens precies worden verwerkt en weten ook niet welke werkwijze wordt gevolgd. Denk u dat Goudse burgers zich daarmee veiliger of onveiliger ervaren in onze Goudse samenleving? En is daarmee het nog langer geheim houden van deze zaken nog wel houdbaar?
  8. En ook in vervolg op vraag 6, wat zijn dan de overwegingen om te stellen dat de werkwijze wijkgerichte aanpak dermate afwijkt van SyRI in de manier waarop data wordt verzameld, beoordeeld en gebruikt, dat de weging tussen privacy en de controlerende taak van de overheid in dit geval doorslaat naar de conclusie dat de wijkgerichte aanpak wel een goede balans heeft?

Indiendatum: feb. 2020
Antwoorddatum: 3 mrt. 2020

1. Heeft u kennis genomen van de uitspraak en argumentatie van de rechtbank t.a.v. SyRI, waarin de rechtbank oordeelt dat de wetgeving die de inzet van SyRI rechtvaardigt in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens? Zo ja, wat is uw reactie op deze uitspraak?

Het college heeft kennis genomen van de uitspraak en argumentatie ten aanzien van SyRI en heeft u daarover geïnformeerd door middel van een informatieve memo d.d. 11 februari 2020. De uitspraak van de rechter is duidelijk: handhaving en fraudebestrijding is belangrijk voor het draagvlak voor ons sociale stelsel, maar het instrument SyRI biedt in deze vorm onvoldoende waarborgen om de privacy van mensen te beschermen.

2. Is de werkwijze wijkgerichte aanpak juridisch gebaseerd op de artikelen die de rechtbank onverbindend heeft verklaard? Graag toelichten per artikel op welke wijze dit wel of niet zo is.

De rechtbank heeft artikel 65 Wet SUWI en hoofdstuk 5a Besluit SUWI onverbindend verklaard. Artikel 65 Wet SUWI gaat over SyRI. In hoofdstuk 5a Besluit SUWI worden nadere regels gesteld over SyRI, waaronder de voorwaarden voor de inzet, koppeling door verwerker, analyse resultaten, aanvang en einde SyRI-project, register risicomeldingen etc.

Het college heeft bewust geen verzoek ingediend om van SyRI gebruik te kunnen maken. Er wordt dus ook geen gebruik gemaakt van SyRI, waardoor het project ook niet gebaseerd is op genoemde artikelen.

3. Wat betekent deze uitspraak voor de wijkgerichte aanpak? Legt u de wijkgerichte aanpak stil, of past u de scoop van de wijkgerichte aanpak aan? Dat laatste heeft ook betrekking op de vraag of de sociaal domein doelen juridisch voldoende verankerd zijn.

Er is geen relatie tussen SyRI en het Goudse project wijkgerichte aanpak. Om die reden is er geen aanleiding om het project stil te leggen of de scope aan te passen. Zoals in de informatieve memo d.d. 11 februari 2020 is vermeld, acht het college het evenwel zorgvuldig om, mede gelet op de overwegingen van de Rechtbank, aan het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG te vragen of – en zo ja in hoeverre - deze overwegingen een relatie zouden kunnen hebben met het Goudse project wijkgerichte aanpak.

4. Zijn er partijen betrokken bij de wijkgerichte aanpak die zich naar aanleiding van deze uitspraak over SyRI herbezinnen op hun deelname aan de Goudse wijkgerichte aanpak?

Nee

5. Als u onverminderd doorgaat met de huidige werkwijze of deze marginaal aanpast: onderneemt u actie om de wijkgerichte aanpak door een onafhankelijk bureau juridisch te laten toetsen op de overwegingen en die de rechtbank in deze bodemprocedure heeft gemaakt en kunt u uw antwoord toelichten?

Nee, vooralsnog niet. Zie ook antwoord 3. Het college acht het evenwel zorgvuldig om, mede gelet op de overwegingen van de Rechtbank, aan het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG te vragen of – en zo ja in hoeverre - deze overwegingen een relatie zouden kunnen hebben met het Goudse project wijkgerichte aanpak, zoals in de informatieve memo d.d. 11 februari 2020 is vermeld.

Naar het oordeel van rechtbank biedt SyRI in deze vorm onvoldoende waarborgen om de privacy te beschermen. In de Goudse wijkgerichte aanpak wordt niet van SyRI of een vergelijkbaar instrument gebruik gemaakt. Het project past binnen de wettelijke kaders en bevoegdheden en het college heeft dit door een extern bureau laten doorlichten, middels een PIA (privacy impact assessment). Doordat van tevoren een Privacy Impact Assessment door een extern bureau heeft plaatsgevonden, of ook wel hier genoemd Privacy bij Design omdat het een nieuw project betreft, is het project AVG compliant gemaakt. De in de PIA opgenomen (privacy)risicobeheersmaatregelen worden opgevolgd.

6. Bent u het met ons eens dat de rechtbank aangeeft dat de omvang van de dataverzameling en de wijze van combinatie van verschillende bestanden, niet relevant is voor de beoordeling of de handelswijze waarop die data wordt verzameld de weging tussen het recht op privacy en de controlerende taak van de overheid kan doorstaan? Met andere woorden iedere wijze van elektronische controle door de overheid, dient met eenzelfde strengheid als SyRI te worden beoordeeld, in de balans tussen het recht op privacy en de controlerende taak van de overheid?

Bij al het handelen van de gemeente is het essentieel alle zorgvuldigheidsnormen en privacy waarborgen die de AVG stelt in acht te nemen. Met zorgvuldigheidsnormen bedoelen wij eisen die gesteld worden op het gebied van grondslag en doelbinding, juistheid van persoonsgegevens, dataminimalisatie, opslag van persoonsgegevens, bescherming van persoonsgegevens en de transparantie over verwerkingen van persoonsgegevens.

7. Hoe beoordeelt u dan de wijkgerichte aanpak in relatie tot de eisen die daar i.h.k.v. het transparantiebeginsel aan worden gesteld. Temeer daar zelfs voor de gemeenteraad de werkwijze geheim is, het gebruikte systeem geheim is en de uitkomsten voor zover zij niet leiden tot huisbezoeken volgens ons ook geheim blijven. Goudse burgers zijn daarmee ook niet geïnformeerd, weten niet welke van hun gegevens precies worden verwerkt en weten ook niet welke werkwijze wordt gevolgd. Denk u dat Goudse burgers zich daarmee veiliger of onveiliger ervaren in onze Goudse samenleving? En is daarmee het nog langer geheim houden van deze zaken nog wel houdbaar?

Het project past binnen de wettelijke kaders en bevoegdheden en het college heeft dit laten doorlichten, middels een PIA (privacy impact assessment). Doordat van tevoren een Privacy Impact Assessment door een extern bureau heeft plaatsgevonden, of ook wel hier genoemd Privacy bij Design omdat het een nieuw project betreft, is het project AVG compliant gemaakt. De in de PIA opgenomen (privacy)risicobeheersmaatregelen worden opgevolgd. Er wordt geen gebruik gemaakt van een geheim systeem. De convenantpartijen werken samen binnen de applicatie Externe samenwerkingsfunctionaliteit (e-SWF) van de Rijksoverheid. Ten behoeve van het project is een zelfstandige ruimte ingericht waarin geautoriseerde medewerkers gegevens kunnen opslaan, informatie kunnen uitwisselen en een gemeenschappelijke agenda kunnen bijhouden (zie ook raadsmemo d.d. 8 oktober 2019). Het gebruik van deze applicatie is betrokken in de PIA. Zoals in de informatieve memo d.d. 11 februari 2020 is vermeld, acht het college het evenwel zorgvuldig om, mede gelet op de overwegingen van de Rechtbank, aan het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG te vragen of – en zo ja in hoeverre - deze overwegingen een relatie zouden kunnen hebben met het Goudse project wijkgerichte aanpak.

8. En ook in vervolg op vraag 6, wat zijn dan de overwegingen om te stellen dat de werkwijze wijkgerichte aanpak dermate afwijkt van SyRI in de manier waarop data wordt verzameld, beoordeeld en gebruikt, dat de weging tussen privacy en de controlerende taak van de overheid in dit geval doorslaat naar de conclusie dat de wijkgerichte aanpak wel een goede balans heeft?

SyRI is een instrument dat eerder in een beperkt aantal projecten is ingezet. De uitspraak van de rechtbank richt zich tegen de SyRI-wetgeving. SyRI biedt onvoldoende waarborgen om de privacy van mensen te beschermen. Van SyRI wordt evenwel geen gebruik gemaakt.

Het Goudse project wijkgerichte aanpak heeft het college van tevoren door een extern bureau laten doorlichten middels een PIA. Het verschil tussen SyRI en het Goudse project zit hem ook in de omvang. Het Goudse project betreft een meer op maat gerichte aanpak in tegenstelling tot de SyRI aanpak die te veel koppelingen van gegevensbestanden bevat waarbij beginselen als subsidiariteit en proportionaliteit geweld zijn aangedaan. Het college acht het evenwel zorgvuldig om, mede gelet op de overwegingen van de Rechtbank, aan het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG te vragen of – en zo ja in hoeverre - deze overwegingen een relatie zouden kunnen hebben met het Goudse project wijkgerichte aanpak, zoals in de informatieve memo d.d. 11 februari 2020 is vermeld.